Terug naar overzicht   Printervriendelijk versie

Richard Krajicek, Sportweek, 7 april 2005

Tapsport

Ik ben laatst bij het televisiekijken bijna van de bank gevallen. Er kwam een bierreclame voorbij, waarin de eigenaar van een kroeg zei dat het hard werken was, zo'n café runnen. Dat geloof ik graag. Maar toen voegde hij eraan toe: "Het is net topsport." Ik kan alleen maar hópen dat dat grappig was bedoeld (zei hij niet toevallig 'tapsport'?), want sorry - het bestieren van een dranklokaal is in de verste verte niet te vergelijken met topsport.

De voormalige Zweedse tennisser Magnus Larsson is na zijn carrière een kroeg begonnen en hoewel hij daar met veel plezier achter de tap staat, denk ik niet dat hij zijn huidige werk zal vergelijken met zijn leven op de ATP Tour. Laatst was er bij mij voor de deur een stratenmaker bezig. Die man zou het niet in z'n hoofd halen om zijn werk met topsport te vergelijken, maar eerlijk gezegd komt zijn fysieke arbeid juist wél in de buurt. Stratenmaken verdient goed, maar je helpt er ook je rug mee naar de haaien en dat is iets waar Sjeng Schalken zich in zal kunnen herkennen. Deze zelfbenoemde 'werktennisser' onder de profs heeft momenteel flink de wind tegen. Na zijn zwaarbevochten overwinningen in de Davis Cup tegen Zwitserland dacht ik dat we de wederopstanding van onze beste tennisser hadden mogen aanschouwen. Helaas kreeg Sjeng in Indian Wells een voorhoofdsholteontsteking en kon hij in Miami niet deelnemen door problemen met zijn rug.

Omdat Raemon Sluiter ook ziek op bed lag en Martin Verkerk zojuist voor de tweede maal aan zijn schouder is geopereerd, waren er op het forum van www.tennis.nl behoorlijk wat negatieve reacties te horen. "Sjeng door zijn rug, Raemon ziek, Martin en John geopereerd en Krajicek ook al gestopt door zijn schouder (sic), wanneer krijgen we nou eens een Nederlander die kan tennissen maar nooit geblesseerd is?" schreef bijvoorbeeld een 'fan'. Nou, daar kan ik wel een antwoord op geven: nooit. Alle tennissers raken vroeg of laat geblesseerd. Zelfs deze tennisfans hebben blijkbaar geen idéé wat toptennis met je lichaam doet. Massa's Nederlanders krijgen rsi, een repetitive strain injury van bijvoorbeeld het werken met een muis. En owee als er dan van overheidswege wordt geopperd dat zulks aanstelleritis is. Mijn vrouw Daphne heeft rsi gehad van het vele schrijven achter de computer en van haar weet ik dat het erg veel pijn doet. Welnu, topsport is één grote repetitive strain: je speelt jezelf kapot, zo simpel is het. Denk maar aan Goran Ivanisevic (schouder), Gustavo Kuerten (heup), Martina Hingis (voet), Marcelo Rios (rug), Jacco Eltingh (knieën), Patrick Rafter (schouder). Het is heus geen Nederlands fenomeen; nagenoeg iedereen speelt met pijn en tóch doen we het met plezier. Want tennis is onze passie en blessures horen erbij - al is iedere speler in zijn hart bevreesd voor die ene career ending injury.

In mijn boek Harde Ballen (waar ik er overigens tot mijn blijde verrassing al 35.000 exemplaren van heb verkocht en dat momenteel in het Engels wordt vertaald), zegt Roger Federer: "Ik ben dankbaar voor elk toernooi dat ik win. Tennis is een harde sport. Eén blessure en je carrière kan voorbij zijn." Voorlopig ziet het er echter niet naar uit dat Roger zelfs maar last heeft van een loopneus, want hij blijft winnen. De kranten spreken nu zelfs al van een 'moeizame zege' als hij drie setjes nodig heeft. Na zijn verlies in de halve finale van de Australische Open tegen Marat Safin won Federer Rotterdam, Dubai én Indian Wells en zei: "Ik ben blij dat ik mezelf herpakt heb." Als ik een tijdje slecht speelde en vervolgens een halve finale haalde, had ik het gevoel dat ik mezelf herpakt had. Roger wint 27 wedstrijden op rij, verliest er één en wint vervolgens drie toernooien op rij. Dá;n pas heeft hij het gevoel dat-ie weer goed bezig is? Bij sommige mensen ligt de lat blijkbaar iets hoger dan bij anderen.

Federer werd bij de eerst Pro Tennis Choice Awards uiteraard gekozen tot Player of the Year. Serena Williams verdiende de trofee voor Comeback of the Year, vanwege haar overwinning op de Australische Open na een lange afwezigheid. "Ik kan nu een lange neus trekken naar de mensen die zeiden dat ik niks meer zou winnen als ik acteren en ontwerpen erbij zou doen," lachte Serena. "Maar kijk: ik ben een paar weken geleden begonnen met trainen en ik win gewoon de Australische Open!" Serena speelt naast haar tenniscarrière kleine rolletjes in Amerikaanse tv-series en neemt volop acteerlessen, naast haar werk als ontwerpster voor haar eigen label Aneres (inderdaad, Serena achterstevoren). "Over een paar jaar is Aneres even bekend als Chanel of Dior," meende Serena met de van haar gebruikelijke bescheidenheid. Maar de zusjes Williams doen nog meer: zo beginnen ze binnenkort aan hun eigen realitysoap. Na het kinderboek On the court with Venus en Serena Williams komen de zusjes nu ook met een adviezenboek voor tienermeisjes, met als titel: Serving from the hip: 10 rules for living, loving and winning. Daarnaast vond Venus nog de tijd voor haar studie binnenhuisarchitectuur én voor het poseren in een minuscuul wit badpakje in de Swimsuit Issue 2005 van het Amerikaanse blad Sports Illustrated. "Tennis is maar één van de dingen die ik doe," zei ook Venus desgevraagd.

Ik weet niet of de WTA blij moet zijn met zulke uitspraken. Want het lijkt mij niet bevorderlijk voor het imago van het vrouwentennis als supersterren als de zusjes Williams hun sport als een soort hobby kunnen zien en tóch grand slams en andere grote toernooien blijven winnen. Gelukkig zijn Kim Clijsters en Justine Hénin terug van weggeweest, waarbij natuurlijk vooral Clijsters een sterke indruk maakt. Elke sport is gebaat bij meer topspelers en tegenstand houdt ook supertalenten als de zusjes Williams bij de les. Mijn zus Michaella kan zich voorlopig nog geen tv-series, modelabels, boeken, kalenders of studies veroorloven. Zij moet keihard werken voor haar plekje in de tennisgeschiedenis. Deze week speelt ze een 75.000 dollar-toernooi in Dinan waar ze met haar ranking van 120 als vijfde is geplaatst. Bij de Pro Choice Awards in Miami kreeg de Franse Tatiana Golovin door haar 23ste plaats op de wereldranglijst de trofee voor Newcomer of the Year. Michaella heeft twee keer tegen deze Golovin gespeeld en haar beide keren verslagen, met 6-3, 6-3 en 6-1, 6-4. Mede daardoor gelooft Misa er heilig in dat zij óók zo'n sprong naar de big time kan maken. Ik gun het haar uiteraard met heel mijn hart, maar inmiddels weet ik dat het niet erg is wanneer ze de top niet haalt. Ze kan immers altijd nog een kroeg beginnen, want zoals ik nu begrepen heb, is ook dat topsport.